Willem Wilmink

Ik ben gek op teksten van Willem Wilmink.

Zijn verzamelde gedichten, 2 best wel dikke boeken liggen in mijn studio. Soms sla ik een bladzijde open en spreek ik de tekst in, dan is het ritme er al en hoef ik er alleen nog maar wat muziek om heen te zetten en dat gaat vanzelf en in een keer. Als ik met zijn teksten bezig ben, voel ik me een dwerg op de schouder van een reus. En het zou leuk zijn als die uitspraak van mezelf was, maar hij is van Einstein, ja ik zoek ze wel uit!

Een picknick in de avond.

1

Golfjes in het avondrood, wij gaan varen in de boot, picknickplek als varensdoel, schaduwrijk en koel.

Jongens drinken al de tijd, schonen hebben sla bereid. Dit gedicht moet snel volbracht : zie de wolkenvracht.

2

Wat een regenbui was dat : iedereen zo nat, zo nat, mascara tranen zwart als roet, op zo menige toet.

Tentzeil klappert als in nood, bloemen drijven langs de boot. Herfst in juni! Herfst en hoe! huilt de storm ons toe.

Innerlijk gasten verblijf.

Innerlijk gasten verblijf, doolhof van komen en gaan, al staat een gast je niet aan, je houdt hem niet van je lijf.

Je bent continu in bedrijf, aan iedere wens wordt voldaan, innerlijk gastenverblijf, doolhof van komen en gaan.

Met meneer Geef-me-de-Vijf is het hier blij en spontaan, Wrok en Wroeging en Waan maken je ijzig en stijf, innerlijk gastenverblijf.

Koortsen van zwaarmoedigheid.

Wanneer mijn ziekte heeft geleid tot koortsen van zwaarmoedigheid, een leegte die mij rillen doet, brengt de angst mij met z’n klamme gloed tot een peinzen buiten plaats en tijd.

Ik kan alleen nog leugens kwijt, ik sterf van dorst tot scherts bereid, en hoop dat ik de dood ontmoet, wanneer mijn ziekte heeft geleid tot koortsen van zwaarmoedigheid.

Dan is de hoop tot hulp bereid, dank voor zijn solidariteit, hij die me voor de dood behoedt en geloven laat : het komt wel goed, je wordt van al je zorg bevrijd, nadat je ziekte heeft geleid tot koortsen van zwaarmoedigheid.

Mijn wetenschap.

Geen mens die ooit de sterren ziet, want zover kijken we zelfs niet bij helder weer. Wel reikt ons blikveld mijlenver, maar niet tot aan de Avondster of Grote Beer.

Licht dat al weg is zie je toch. Het is een groot gezichtsbedrog aan ’t firmament. Ik weet dit alles al zo lang, en toch raak ik er, ben ik bang nooi aan gewend.

Voor mijn gevoel is de aarde plat en elke ster gewoon een gat in ’t blauw gewelf. Ze zeggen dat de aarde draait. Ja…. misschien als het heel hard waait, maar niet vanzelf.

Arnold Muhren (een voetballer)

Die kleine Arnold Muhren heeft voeten van fluweel. Zijn pass is een juweel en hij legt van nature bewakers in de luren, dus leert u dit rondeel :

Die kleine Arnold Muhren heeft voeten van fluweel hij weeft zijn spelfiguren tot een volmaakt geheel : als Rembrandt het penseel kan hij de bal besturen, die kleine Arnold Muren.